Bespelen

 

Een hommel heeft twee (of meerdere) stellen snaren.
De melodiesnaren zijn die waaronder zich een toets en/of staafjes (frets) bevinden,
De 'losse' snaren zijn de bourdons (het Franse woord voor hommel) en worden tegelijk met de melodiesnaren aangeslagen.

De fretschaal is meestal als volgt ingedeeld:
Op het derde vakje bevindt zich de grondtoon, de 'do' van de toonladder
Daarna volgen naar rechts toe de re, mi, fa, fa#, sol, la, si, do en zo verder,
en naar links toe de dalende toonladder: si, la en (losse snaar) sol.
Het is valt heel eenvoudig uit te zoeken aan welke frets je de snaren moet indrukken.

Met de linkerhand neem je het stokje tussen gestrekte duim en geplooide vingers. De duim laat je tot aan het uiteinde van het stokje komen,
zodat je kracht kan uitoefenen op de snaren. Een andere methode is om de wijsvinger als drukmiddel te gebruiken: hou het stokje dan tussen
middenvinger en duim en leg je wijsvinger er bovenop.

Hou het stokje mooi horizontaal zodat je alle melodiesnaren tegelijk kan indrukken zonder echter aan de bourdonsnaren te raken.
Speel de tonen door net vr elk fretje goed in te drukken.

In de rechterhand hou je een plectrum vast tussen gestrekte duim en geplooide wijsvinger.

Begin met een kinderliedje, bvb. 'altijd is kortjakje ziek'.

Altijd is kortjakje ziek
Dit zijn zes tonen (do do sol sol la la sol) die je met de rechterhand naar je toe op alle snaren tegelijk aanslaat
Midden in de
(fa fa fa fa) omdat dit snellere tonen zijn speel je deze nu met de rechterhand afwisselend naar je toe en van je weg.
week maar 's zondags niet
(mi mi re re do) nu weer elke toon naar je toe trekken.

Ik wed dat je zelf gemakkelijk de rest van het liedje kan vinden

Het systeem voor de rechterhand bestaat er uiteindelijk in om altijd over en weer te bliijven gaan met je hand, terwijl je wanneer nodig pas de snaren raakt.

Stokje goed horizontaal blijven houden, en niet opheffen tussen de noten, dan krijg je een mooi glijdend effect eigen aan de hommel.
Rechterhand: sterke tellen naar je toe, zwakke tellen van je weg aanslaan, en wees niet te zuinig op je kracht: je mag goed doormeppen!

Blijf een tijdlang met dergelijke kinderliedjes oefenen totdat je ze vlot kan spelen.