Twee Zwaluwhommels

Deze hommels bouwde ik in Belsele in 2012. De bedoeling was om een goedklinkend instrument te maken met stemmechanieken. Dit blijkt toch echt wel veel gemakkelijker te werken dan stempinnen waarbij je een sleuteltje nodig hebt en het stemmen veel langer duurt. Ik wou ook eens uitproberen hoe een klankblad in ceder werkt.

Voor de onderkant van één hommel lijmde ik stroken (ok, overschotjes) mahonie en vuren aan mekaar.
De andere hommel kreeg een onderkant van limba.
De klossen zijn in mahonie. Dit is een zachte en lichte houtsoort die niet geschikt zou zijn om stempinnen in vast te houden.
Zijkanten zijn gemaakt uit esdoorn en de peones (de kleine driehoekige verstevigingen van de zijkanten) in ceder.
 
      

De bebalking van het bovenblad werd summier gehouden met een toch wel steviger balkje onder de toets en slechts één schuin balkje. Deze balkjes zijn echter wel uit stevig kwartiers vurenhout. Dit hout won ik uit een ... palet! Toen ik dit palet zag merkte ik dat het prachtig kwartiers en zeer fijngenerfd was, zeer bruikbaar voor een stevige bebalking. De zwaluwtjes werden waar het nodig is versterkt met stukjes epicea en/of ceder.

Zo ziet het verlijmen van de lijmrandjes er dus uit. De dikte van de zijkanten is slechts 1,5 mm, en om een groter lijmoppervlak voor de bevestiging van het klankblad te maken wordt dus een extra strookje (in dit geval lindenhout) aangebracht. Bij oude hommels werd dit allemaal niet gedaan: er werden zijkanten gebruikt die dik genoeg waren om op te lijmen, maar zulk dik hout vermindert aanzienlijk de klankkwaliteit. Als stemmechanieken gebruikte ik mechanieken van afgedankte 12-snarige gitaren. Deze gitaren zijn meestal geen lang leven beschoren, wat niet wil zeggen dat de mechanieken dan al versleten zijn. Met enig zaag-en slijpwerk werden ze aangepast voor deze hommels.

       

Terwijl de stemkop van de ene hommel uit één stuk loofhoutceder bestaat werd de stemkop van de tweede hommel uit mahonie gemaakt, schuin verzaagd zoals bij een gitaar, om de juiste hoek voor de snaren te kunnen bekomen. Oorspronkelijk wilde ik een klankgat in de vorm van een hommel uitsnijden, maar deze ontwerpen zagen er niet mooi uit. Een zwaluw bleek meer uitvoerbaar te zijn. De zwaluw in de hommel met mahonie-kop werd een stuk groter gemaakt. Het klankverschil tussen beide instrumenten is opvallend: deze met de kleine zwaluw klinkt vol en warm, en de grotere zwaluw klinkt veel luider en harder.

        

De twee zusjes naast mekaar. De zwaluw onderaan klinkt dus luider en harder. Haar politoer werd een beetje rood gekleurd wat wel een mooier resultaat geeft. Maar het zijn allebei schatjes met elk hun eigen gebreken en schoonheid.